Jesaja 49:6-13

Hij zei: ‘Dat je mijn dienaar bent om de stammen van Jakob op te richten en de overlevenden van Israël terug te brengen, dat is nog maar het begin.
Ik zal je maken tot een licht voor alle volken, opdat de redding die ik brengen zal tot aan de einden der aarde reikt.’

Dit zegt de HEER, de bevrijder, de Heilige van Israël, tegen hem die smadelijk veracht wordt, die door vreemde volken wordt verafschuwd, die dienaar is van vreemde heersers:

Koningen zullen dit zien en opstaan, vorsten buigen diep voorover, omwille van de HEER, die betrouwbaar is, de Heilige van Israël, die jou heeft uitgekozen.

Dit zegt de HEER:

In het uur van mijn genade geef ik je antwoord, op de dag van de redding zal ik je helpen.
Ik zal je behoeden, ik neem je in dienst voor mijn verbond met de mensen, om het land weer op te richten, om het verlaten erfgoed in eigendom terug te geven, om tegen gevangenen te zeggen: ‘Ga in vrijheid!’ en tegen wie in het duister verblijft: ‘Kom tevoorschijn!’

Langs wegen zullen zij weiden, op iedere kale heuvel vinden ze weidegrond.
Ze zullen dorst noch honger lijden, de zinderende hitte zal hen niet kwellen en de zon zal hen niet steken, want hij die zich over hen ontfermt, zal hen leiden en hen naar waterbronnen voeren.

Ik effen al mijn bergen tot een weg, ik zal mijn paden plaveien.

Kijk! Zij daar komen van ver, en kijk, zij uit het noorden, en uit het westen, en zij uit het land van Syene.

Juich, hemel!
Jubel, aarde!
Bergen, breek uit in gejuich!
De HEER heeft zijn volk getroost, hij heeft zich over de armen ontfermd.

Jesaja 40:3,4

Hoor, een stem roept:
‘Baan voor de HEER een weg door de woestijn,
effen in de wildernis een pad voor onze God.
Laat elke vallei verhoogd worden en elke berg en heuvel verlaagd,
laat ruig land vlak worden en rotsige hellingen rustige dalen.’

 

Wegwerkzaamheden

Nogal wat Nederlanders zijn verzot op de Duitse Autobahn.
Voor zover ik weet is dat omdat je daarop de maximumsnelheid van je auto goed kan testen…

Als die Autobahn ter sprake komt, wil bij de borrel nog wel eens de opmerking langskomen dat ‘we’ dat toch aan Hitler te danken hebben.
Da’s – voor een deel – waar.

Alleen, waarom zouden Hitler (en, al eerder, Mussolini, en, later, Eisenhower) zoveel hebben geïnvesteerd in beton en asfalt? Omdat ze last hadden van het Verstappen-virus? Omdat ze ons reiscomfort wilden vergroten?
Neuj…
Eén van de redenen – waarschijnlijk de voornaamste – was dat een dekkend netwerk van autowegen de perfecte infrastructuur vormt om legereenheden snel te kunnen verplaatsen…

Niet bepaald een originele gedachte, overigens.
Het spreekwoord ‘alle wegen leiden naar Rome’ getuigt ervan dat al 2000 jaar eerder de Romeinen hetzelfde dachten.

Logisch ook.
Snelheid en mobiliteit zijn van levensbelang voor een leger: verdedigend en aanvallend.

Zelfs vóór de Romeinen waren ‘heirbanen’ niet onbekend.
De uit het Oude Testament bekende beeldspraak over valleien die ‘verhoogd’ en heuvels die ‘verlaagd worden (bijv. ook Jesaja 40) duiden erop.

Nee, ze legden in die tijd geen honderden kilometers verharde weg aan.
Maar: als bijvoorbeeld Nebukadnezar uit Babel richting Jeruzalem (preciezer: Ribla, II Koningen 25) ging, gebeurde dat – uiteraard – niet op de bonnefooi!
Voor hem en z’n gezelschap (lijfwacht, administratie, keuken, enz. enz.) uit ging steevast een compagnie (of meer) van de genie. Ingenieurs, techneuten en stratenmakers die ervoor zorgden dat het hele koninklijke cohort comfortabel en zonder vertraging kon doorrijden.
Rotsblokken aan de kant, bruggen gerepareerd, gaten gevuld – want: Zijne Majesteit komt!

En dat beeld duikt dus ook regelmatig op als ’t gaat over de komst van onze Heer.
Als Hij komt, wordt het feest – dat is overduidelijk!
Niet alleen Israël, maar heel de wereld zal er getuige van zijn, dat dat kleine, vertrapte clubje mensen weer naar huis mag…

Dat wordt een dolle dag!
En je merkt aan alles dat onze God er plezier in heeft als Hij voor zich ziet hoe blij die arme mensen straks zullen zijn…

En wat betekent dat voor ons en nu?
Dat ligt voor de hand, toch?
De beeldspraak van in de weg liggende rotsblokken en valkuilen lijkt me helder genoeg: wij moeten aan de slag – hard en snel – om klaar te zijn voor de komst van onze Heer!

Ja – als dit ging over Jesaja 40, was dat niet zo raar gedacht.
(En waar is ’t natuurlijk – vraag maar aan Johannes de Doper.)

Maar – goed lezen hier:

Ik effen al mijn bergen tot een weg,
Ik zal mijn paden plaveien.

Wij moeten onze rotzooi opruimen…
Hij zal onze rotzooi opruimen…

Blijkbaar kan dat samengaan.

Hoe?

Na Betlehem en Golgotha is dat geen raadsel meer…
Na Pasen en Pinksteren wordt het zelfs een dankbare klus: de weg is vrij naar Hem.
En tegelijk gaan wij aan de slag met de noodzakelijke wegwerkzaamheden!

?!

Ja, een beetje mysterie blijft er wel over.

 

😉

Dick Noort

Dick Noort

Predikant Zuidhorn