Ze deelden een lange geschiedenis. Ze kwamen uit één gezin. Broers waren ze. De één ouder dan de ander. Ze waren niet de enigen, er waren meer broers. Ze hadden dezelfde vader, maar een andere moeder. Zo leefden ze onder hetzelfde tentdak. Er sluimerde jaloezie. De jongste leek wel te lijden aan grootheidswaanzin. Leek te denken dat heel de wereld van hem was. Hij was ook nog eens vaders oogappel. Verwend en voorgetrokken, tenminste zo voelde het. Dat kon die oudere niet hebben. Wat een dromer. En hij maar met zijn broers het zware werk doen.

De jongste belandde in een put. Weggestopt. Wachtend op wat komen ging. Was het de dood, waar hij zijn broers over had horen praten? Of … De oudere had een idee: er kwam een karavaan aan. Ze konden wel iets aan hem verdienen. Tegen hun vader zouden ze zeggen, dat hij vermoord was.

Later zou de oudere zich aanbieden in ruil voor een andere jongere broer. Neem mij in plaats van hem. Anders overleeft mijn vader het niet. Hij zegt het, zonder dat hij het weet, tegen zijn verkochte broer. Hij lijkt veranderd door de jaren.

Juda en Jozef. Over deze twee gaat het. Jozef verkocht en onderkoning in Egypte geworden. Juda verkocht hem en wilde later Benjamin redden.

Juda en Jozef. Juda en Efraïm (de zoon van Jozef). Later staan deze twee voor het gedeelde Israël. Je hebt het tweestammenrijk, dat is Juda. En het tienstammenrijk, dat is Efraïm. Beiden delen ze een geschiedenis van oorlog en onrust. Israël als speelbal van de volken. Israël, dat God vergeet. Hem uit het oog verliest. Het gaat zijn eigen gang. En het wordt de ondergang. Efraïm en Juda worden weggevoerd. En God had Efraïm nog wel leren lopen. Van Juda zou de koningsscepter niet wijken.

De stamboom wordt omgehakt. Het lijkt het einde. En dan komt er toch nieuw leven. De boom groeit weer uit. Er komt een nieuwe koning, die recht zal brengen. Die aan het onrecht een eind zal maken. En Efraïm en Juda zullen het zien. Zij maken het samen mee. Er wordt weer plaats gemaakt voor hen tussen de volken. De jaloezie is vergeten, de vijandschap is weg.

Een nieuwe exodus. Een nieuwe uittocht, of een nieuwe intocht. Het water zal wijken, ze kunnen er gewoon doorheen lopen, zoals bij de uittocht uit Egypte en de intocht in Kanaän. Samen hand in hand. Samen terug naar het beloofde land. Zoals vroeger en ook anders. Nu is er vrede en recht.

Eenheid. Wat is er veel verscheurd in deze wereld. Families, landen, werelddelen, kerken. Door jaloezie, door eigenwaan, door nadruk op het eigen gelijk. Wat is dat pijnlijk en verdrietig. Om te huilen. Advent is uitkijken naar eenheid. Een eenheid bij God. Met recht en vrede. Mogelijk door vergeving. Mogelijk door de beloofde zoon van David. Een eenheid niet alleen voor straks. We kunnen nu al aan die eenheid werken. En begin dan in je eigen omgeving. Bij je gezin, familie. Om die eenheid te bewaren.

En voor de uiteindelijke eenheid, daarvoor moeten we nog wel een rivier over ….

 

Ds. Erik Pomp

Ds. Erik Pomp

Predikant Aduard

Jesaja 11:1-6