Advent

Advent – wat is dat eigenlijk?

Ik denk dat de meesten zullen zeggen: da’s de tijd vóór Kerst.
Sinterklaas, kerstboom, lichtjes, gezelligheid, donkere dagen.
En dan – straks – Kerst!
Feest, lekker eten, een Coronaproof dinertje misschien…
Dat zal ’t zo’n beetje wezen, lijkt me.    

O ja – in de kerk zie je natuurlijk ook dat het Advent is.
Met die vier kaarsen – en elke week mag er eentje meer aan!
En de dominee preekt nogal vaak over het Oude Testament.
Dat zal ’t zo’n beetje wezen, lijkt me.

Oké.
Nu even een quizvraagje, zoals ik dat ook op catechisatie wel eens doe.

Dat schilderij hierboven – enig idee op welk Bijbelverhaal dat slaat?
En, als je dat uitgevogeld hebt, de volgende vraag: wat heeft dat met Advent te maken?

Het antwoord op de eerste vraag vind je hier:
Het  is dus een schilderij van ene William Blake, en het verbeeldt de gelijkenis van Jezus uit Matteüs 25:1-13: over de 5 wijze en de 5 niet-zo-wijze meiden.

Misschien dat je dat zo wel wist.

Maar wat heeft dat verhaal van Jezus nou te maken met Advent?
Dit gaat toch helemaal niet over Jezus’ geboorte of zo?

Nee, klopt!

Maar Advent (‘Komst’) heeft als kerkelijk ‘seizoen’ van oorsprong een dubbele focus.

Ja, het valt in de weken vóór Kerst.
En dat is ook de reden dat de dominee het Oude Testament er vaak bij pakt: om te laten zien hoe God in Israël bezig was toe te werken naar de komst van de Messias.
Maar dat is – met alle respect – ancient history: oude, voorbije geschiedenis.
Daar is, als je niet uitkijkt, de spanning zomaar vanaf.

De tweede focus van Advent is daarom, dat wij zelf ons geestelijk voorbereiden op de komst van Jezus.
Want dat Hij gekomen is, is één ding – maar: Hij komt nog een keer!

En dat is hoe dan ook spannend…
Want zijn wij – ben jij – daar klaar voor?

En dat is precies waarover Jezus ’t heeft in zijn verhaaltje over de 10 meiden!

Matteüs 25:1-13 BGT

Jezus zei: ‘Dit voorbeeld leert je iets over Gods nieuwe wereld. Tien meisjes gaan op weg naar een bruiloft. Ze moeten wachten op de bruidegom. Ze hebben allemaal een lamp meegenomen. Vijf meisjes zijn dom. Ze hebben wel een lamp bij zich, maar geen olie om de lamp te laten branden. De vijf andere meisjes zijn verstandig. Zij hebben een lamp bij zich en ook olie om de lamp te laten branden. Het wachten op de bruidegom duurt lang. De meisjes worden moe en vallen in slaap.

Midden in de nacht wordt er geroepen: ‘Daar komt de bruidegom! Vooruit, ga naar hem toe!’ De meisjes worden wakker en doen hun lampen aan. Dan zeggen de domme meisjes tegen de verstandige meisjes: ‘Mogen wij wat van jullie olie gebruiken? Onze lampen willen niet branden.’ Maar de verstandige meisjes zeggen: ‘Nee, we hebben alleen genoeg voor onszelf. Ga maar ergens olie kopen voor je lampen.’

De vijf meisjes gaan op weg om olie te kopen. Intussen komt de bruidegom. De vijf meisjes die klaarstaan, gaan met hem mee. Zij mogen naar binnen op het feest. Daarna gaat de deur dicht.

Later komen ook de andere meisjes. Ze zeggen: ‘Heer, heer, laat ons toch binnen!’ Maar de bruidegom antwoordt: ‘Luister goed naar mijn woorden: Ik ken jullie niet.’’

Toen zei Jezus: ‘Blijf dus altijd goed opletten. Want jullie weten niet wanneer de Heer zal komen.